HAVENS EN PLAATSEN
NOORWEGEN
ARENDAL | BREIVIKSFJORDEN | EGERSUND | FLEKKEFJORD | FORSAND | JØRPELAND | KRAGERØ | LILLESAND | MANDAL | RISØR | STAVANGER | VALLESVERDFJORDEN

ARENDAL
Arendal heeft een ruime Gjestehavn, die gemakkelijk aan te varen is. De haven geeft aan zelden ruimtegebrek te hebben. Ook toen wij er lagen was er ruimte genoeg, al waren wij natuurlijk wel wat later in het seizoen. In Arendal Gjestehavn vind je trouwens het eerste drijvende, verwarmde buitenzwembad van Noorwegen. Het zwembad heeft een temperatuur van 25 tot 27 graden. Het is overigens niet zo dat je gratis gebruik mag maken van het zwembad als je in de haven ligt.
Vanaf de haven loop je zo het centrum in. Arendal is een levendig kuststadje met een compacte binnenstad, gezellige terrassen en witte houten huizen die tegen de heuvels omhoog lijken te klimmen. Het voelt licht, vriendelijk en overzichtelijk, met alles op loopafstand.
Elke augustus verandert Arendal in het politieke middelpunt van Noorwegen tijdens Arendalsuka, een nationale week vol debatten, lezingen en ontmoetingen tussen politici, organisaties en burgers. Het wordt vaak gezien als de informele start van het politieke jaar: een open en laagdrempelig “democratiefestival” waar iedereen welkom is om mee te praten. De hele binnenstad doet mee, met stands langs de kade, kleine podia op pleinen en gesprekken in cafés en op boten. De sfeer is opvallend ontspannen en toegankelijk — typisch Noors.
Een bijzonder uitstapje is het uitzichtpunt boven de stad. Via een korte wandeling kom je bij een tunnel die dwars door de rots is uitgehakt. In die tunnel is een lift die je in een paar seconden omhoog brengt naar een panoramisch platform. Vanaf daar kijk je uit over de haven, de stad en de omliggende scheren, een prachtig gezicht, zeker bij helder weer.
Arendal is daarmee een fijne afwisseling tijdens een tocht langs de zuidkust: een stadse stop met een ontspannen sfeer.

BREIVIKSFJORDEN
Ten noorden van Arendal in de Breiviksfjorden vonden wij een prachtig plekje om voor anker te gaan (coördinaten 58°30’34.2”N 8°53’07.0”E). Op deze plek vonden wij een ankerboei. Deze was te herkennen aan een drijvende fender met een oog erop. Een heerlijk rustig plekje waar we helemaal alleen lagen. We hebben er heerlijk ontspannen en een rondje gemaakt op de supboards. Een frisse ochtendduik mocht natuurlijk ook niet ontbreken.
Aan de overzijde van het water zagen we picknickplaatsen en wandelpaden met talloze bruggetjes. Ons reisschema was te strak en onze dinghy te klein (plaats voor één persoon) om naar land te varen, maar we houden dit zeker in gedachten voor een volgende keer. Het is zo’n plek die uitnodigt om langer te blijven dan je eigenlijk van plan was.

EGERSUND
Aan de zuidewestkust van Noorwegen is het plaatsje Egersund gelegen.Vanaf de Noordzee vaar je op weg naar dit plaatsje de Søragabet binnen. Het is dan nog ongeveer 4 NM naar Egersund Gjestehavnen. Na ongeveer 3,5 NM ga je bij een bunkerstation stuurboord uit de Lindøygapet op. Al snel daarna nader je dan het plaatsje Egersund en de naastgelegen jachthaven. De eerste steiger van deze jachthaven is ook meteen de enige steiger waar boten met een diepgang tot maximaal zo’n 2,5 meter kunnen liggen. Hier vinden wij een plekje.
Egersund heeft de grootste visserijhaven van Noorwegen, gemeten aan de hoeveelheid aan land gebrachte vis. In de haven kun je de visverwerking ook wel ruiken. Het is een rustig en vriendelijk plaatsje. Wij hebben hier op zowel de heen- als terugreis een nachtje gelegen. We hebben alleen even op een zondag door het dorpje gelopen en dan is het er stil. Wat ons betreft is het een prima plek voor aankomst na een overtocht, als tussenstation, of als vertrekpunt voor een oversteek.

FLEKKEFJORD
Via de westelijke toegangsroute vanaf de Noordzee – de Hidrasundet – varen wij richting Andabarøy. Hier is een zeer smal gedeelte waar je even goed moet oppassen. Volg hier nauwkeurig de betonning. De route vervolgt zich noordelijk via de Lofjord en brengt ons uiteindelijk bij Flekkefjord. Hier leggen we aan in de Flekkefjord Lystbådhavn. Vanaf de haven loop je zo het gezellige centrum in. In de omgeving zijn veel mooie plekjes om te bezoeken. Wij huurden hier een auto en hebben een dag rondgetoerd.
We namen een kijkje bij Helleren, twee huizen die onder de rotsen zijn gebouwd. We volgden Tronåsen – een oude kronkelweg die is aangelegd als onderdeel van de Western Highway. We reden langs Bakke Bro, een oude brug die uit 1844 stamt en last but not least brachten we een bezoekje aan Brufjell. De parkeergelegenheid voor Brufjell is gelegen in Stornes nabij Åna-Sira. De wandelingen hier hebben drie niveau’s: ‘Medium’, ‘Challenging’ en ‘Expert’. Na de regenbuien van die ochtend is het inderdaad wel uitdagend te noemen. Het is een ruige rotswandeling. De uitzichten zijn grandioos! In Flekkefjord brengen we nog een bezoekje aan het Flekkefjord Museum.
Wij verlaten Flekkefjord in zuidelijke richting via het Lofjord. Ter hoogte van de Skagelibukt, buigen we af naar het zuidwesten om vervolgens de Noordzee op te draaien.

FORSAND
Aan de ingang naar de Lysefjord ligt aan de stuurboordzijde het kleine haventje Lysefjord Marina Forsand. Voor de prijs hoef je het niet te laten, wij betaalden slechts €8 per nacht. De meer naar achteren gelegen steigers hadden geen stroom en watervoorziening. Gelukkig was er nog plek net achter de pier. Los van de voorzieningen heb je hier ook een prachtig uitzicht op de ingang van de idyllische Lysefjord.
Dit is één van de mooiste fjorden in Zuid-Noorwegen. Een boottocht leidt je tussen steile rotswanden en langs watervallen en verlaten boerderijen, naar het kleine dorpje Lyseboth, helemaal aan het einde van de fjord. Wij hadden helaas heel veel pech met het weer – regen en mist - en we zijn dus vroegtijdig omgekeerd, maar ook op het eerste gedeelte tussen de laaghangende bewolking en in de regen komt de schoonheid van deze fjord al ruimschoots tot haar recht.

JØRPELAND
Jørpeland is gelegen aan het Idsefjorden. Als praktische uitvalsbasis voor een bezoekje aan de Preikestolen zoeken wij een plekje in de Jørpeland Gjestehavn. Het ligt in een kom tegen het stadje aan gelegen. Er is een grote supermarkt op loopafstand en er zijn wandelingen in de buurt. Het sanitair was helaas vies. Waarschijnlijk was dit niet het geval geweest als het echt alleen door de jachthaven werd gebruikt, maar nu werd het ook gebruikt door het naastgelegen camperterrein en buschauffeurs die het busstation aandeden en ieder ander die toevallig op de hoogte was van de code. Het werd zo druk bezocht daar dat het meer een openbaar toilet leek.
Wij hebben hier bij Pulpit Rock Tours een Boreal-bus gereserveerd om ons naar de Preikestolen te brengen. Het is een tochtje van ongeveer een kwartier. De pad naar de Preikestolen is zeer druk bewandeld. Het bestaat uit een gedeelte in het bos, over vlonders, langs meertjes en over rotsen. Het brengt je boven op de over de Lysefjord uitstekende gigantische rots. Bijzonder mooi! En ondanks de drukte als op een Zandvoorts strand op een mooie zomerse dag, toch zeer de moeite waard! Er is overigens niet alleen de ‘Cliff trail’ die vrijwel iedereen pakt, maar ook een ‘Hill-trail’die wij op de terugweg hebben genomen en dat erg rustig is qua wandelaars.

KRAGERØ
In de verte zien we Kragerø liggen. Het is omringd door havens en is het is ons dan ook niet meteen duidelijk welke haven nu precies de Gjestehavn is. Op internet achterhalen we. Dat maakt het duidelijker. Rechts van een klein schiereilandje met een natuurlijk zwembad erop ligt een doorgang die leidt naar de Gjestehavn. De haven is helemaal uitgestorven als we aankomen. Er ligt één zeilboot en een enkele motorboot. Ook dit zal vermoedelijk komen doordat hier in augustus al het naseizoen begint.
Bij de automaat kun je het havengeld betalen. Op het schiereilandje met het natuurlijke zwembad vind je het sanitair. Aan de havenkant van het eilandje is aan de steiger zelfs een sauna gebouwtje te vinden. We vermoeden dat je daar gebruik van kunt maken.
Kragerø voelt meteen anders dan de rustige witte stadjes langs de zuidkust. Het is levendiger, speelser en gebouwd rondom een wirwar van eilandjes, smalle doorgangen en beschutte baaien. Vanaf de haven loop je zo het centrum in, waar houten huizen in zachte kleuren tegen de rotsen omhoog staan en de straatjes zich kronkelend een weg door het stadje banen.
Het centrum is compact maar verrassend veelzijdig: kleine winkels, cafés, bakkerijen en kunstgaleries liggen dicht bij elkaar, waardoor het een plek is waar je gemakkelijk even blijft rondslenteren. De sfeer is vriendelijk en ontspannen, met net iets meer reuring dan in de kleinere kustplaatsjes.
Kragerø heeft ook een artistieke kant. De Noorse schilder Edvard Munch verbleef hier regelmatig, en delen van het stadje en de omgeving zijn terug te zien in zijn werk. Dat merk je nog steeds: er hangt een creatieve, licht eigenzinnige sfeer die goed past bij de mix van natuur, water en oude houten huizen.
Je vindt hier zowel de gezelligheid van een kuststadje als de rust van de scheren eromheen. Een fijne stop met genoeg te ontdekken zonder dat het overweldigend wordt.

LILLESAND
In de Gjestehavn van Lillesand zijn voornamelijk langssteigers, hekankerplaatsen (dus met de boeg aan de steiger en met het hekanker achter) en een enkele vingerling. Wij leggen aan bij een vingerling die recht uitkijkt op het water en de scheren. Medezeilers waarschuwen ons voor de swell. Bij een zuidoostenwind kun je hier inderdaad wat deining hebben, maar met de westenwind die wij hadden, lig je er prima.
Om de haven te betalen maak je gebruik van de GoMarina app. Wij betaalden voor een ligplaats inclusief toegang tot het sanitair. Dat bleek alleen te betekenen dat je toegang krijgt tot het gebouw. De douches functioneren dan nog niet en er komt al helemaal geen warm water uit. Via de GoMarina-app kun je een douchetegoed kopen van 10 minuten. Helaas duurde het al twee minuten voordat er warm water kwam. Als je het net niet redt in de 10 minuten dan sta je dus gewoon nog met zeep in je haren en moet je een nieuw tegoed aanschaffen. Je hebt niet de optie om dan maar even koud af te spoelen. Ook het toiletpapier moesten we zelf meebrengen. Dat gaf wel een beetje een campinggevoel. Al met al was het sanitair een beetje behelpen hier…
Hoewel onze ervaring vooral beperkt bleef tot de haven, is Lillesand zelf een charmant kustplaatsje met witte houten huizen, smalle straatjes en een rustige, bijna klassieke Zuid-Noorse uitstraling. Het centrum ligt direct achter de haven en is compact en overzichtelijk. In de zomer staat Lillesand bekend om zijn gezellige terrassen, kleine boetiekjes en een levendige kade, maar tijdens ons bezoek was vrijwel alles gesloten en kregen we maar een glimp mee van het plaatsje.
Toch voel je, zelfs tijdens een stille dag, dat Lillesand een vriendelijke en verzorgde indruk maakt. Het is zo’n typisch Zuid-Noors stadje waar je op een zonnige dag waarschijnlijk heerlijk kunt rondslenteren, een ijsje kunt halen of even kunt neerstrijken aan het water.

MANDAL
Aan de zuidkust van Noorwegen ligt Mandal, een vriendelijk kustplaatsje dat onder zeilers bekendstaat als een fijne eerste of laatste stop bij het oversteken van de Noordzee of het Skagerrak. De aanloop is eenvoudig: de vaargeul is goed betond en ruim genoeg om ook bij wat meer deining comfortabel binnen te lopen. Zodra je de monding van de Mannefjorden binnenvaart, wordt het water rustiger en ontvouwt het stadje zich langs de oevers.
De jachthaven van Mandal ligt vrijwel in het centrum. De steigers zijn modern en overzichtelijk, en de diepgang is ruim voldoende voor grotere jachten. Wij vonden het ontzettend attent dat de havenmeesters dagelijks een aantal verse broodjes aan boord kwamen brengen.
Vanaf de haven loop je zo het stadje in. Mandal heeft een charmante, lichte uitstraling met witte houten huizen, kleine straatjes en een ontspannen sfeer. Er zijn meerdere supermarkten, bakkers en eetgelegenheden op loopafstand en in de zomer is er vaak levendigheid langs de kade. Het is er rustig en overzichtelijk, maar er is ook genoeg vertier, zoals het Skaldyr‑festival dat in augustus plaatsvindt.
Direct ten westen van Mandal ligt Furulunden, een groot natuurgebied met dennenbos, rotsen en meerdere kleine strandjes. Vanaf de haven loop je er in een paar minuten naartoe. De wandelpaden zijn goed onderhouden en bieden mooie uitzichten over de baai waar je bent binnengevaren. Het is een ideale plek om na een overtocht even de benen te strekken en rustig op adem te komen in de Noorse natuur.
Voor zeilers is Mandal een perfecte plek om te landen na een overtocht, proviand aan te vullen of een weervenster af te wachten voor de volgende etappe. Dankzij de beschutte ligging is het een veilige haven na een lange tocht op zee en een prettig vertrekpunt richting de Noorse zuidkust of terug naar Denemarken of Nederland.

RISØR
Bij aankomst in Risør zien wij aan bakboordzijde een soort vierkante bak waar meerdere schepen met een Nederlandse vlag liggen. Dat moet de Gjestehavn zijn. We leggen onze boot langszij aan de steiger, met uitzicht op de witte houten huizen die zo kenmerkend zijn voor dit stadje.
Het sanitairgebouw kun je betreden door je betaalpas aan te bieden bij het schermpje bij de ingang. Je betaalt 7 NOK (€0,60) om het gebouw binnen te gaan, waarna je onbeperkt kunt douchen. In ons geval gold wel dat je vóór 23.00 uur binnen moest zijn; dat kan samenhangen met het laagseizoen dat al aangebroken leek te zijn.
Risør zelf is één van de klassieke ‘witte stadjes’ van Zuid‑Noorwegen: licht, vriendelijk en compact. Het centrum ligt direct achter de haven en bestaat uit smalle straatjes, kleine winkels en houten huizen die tegen de heuvels omhoog klimmen. Zelfs op een rustige dag voelt het verzorgd en uitnodigend. Het is zo’n plaatsje waar je gemakkelijk even doorheen wandelt, een terrasje pakt of gewoon geniet van de sfeer van een typisch Zuid‑Noors kuststadje.
Risør heeft iets kleins en charmants: overzichtelijk, rustig en met een haven die je midden in het leven van het stadje neerzet. Bij het vallen van de avond schittert de verlichting in huizen en de straatverlichting in de baai die je omringt.

STAVANGER
Vanaf de Noordzee nader je Stavanger over de Byfjorden. Er zijn twee jachthavens dicht bij het centrum gelegen. De Børevigå Gjestehavn wat meer noordelijk gelegen naast het Norsk Olje Museum en Gjestehavner Vågen iets meer westelijk gelegen. Beide havens hebben we op onze reis aangedaan. Wat ons betreft zijn beide haventjes prima. Ze maken gebruik van hetzelfde sanitairblok wat naast de Børevigå Gjestehavn is gelegen.
Vanaf de havens loop je zo het centrum van Stavanger in. Niet ver van de haven vind je het straatje Øvre Holmetage, Deze straat staat vol met kleurrijke huisjes, eettentjes en terrassen. Heerlijk om doorheen te lopen of om ergens neer te strijken voor een hapje of een drankje. Het Olje Museum is ook meer dan de moeite waard om te vereren met een bezoekje. Het leert je over de geschiedenis en de toekomst van olie. Zeer informatief en interessant.

VALLESVERDFJORDEN
Langs de Blindleia ter hoogte van het eiland Agerøya gingen wij laat in de middag aan onze bakboordzijde de Vallesverdfjorden in op zoek naar een ankerplaats. Waar wij zochten was het voor ons te diep om voor anker te gaan. Even verderop zagen we een klein haventje aan de zuidelijke oever. Op de waterkaart stond het niet ingetekend. Het bleek een particuliere haven te zijn, dus geen gjestehavn. De Noren die we tegenkwamen waren echter allervriendelijkst en boden ons een ligplaats aan voor de nacht. Er zijn geen faciliteiten bij deze haven, maar het is schitterend gelegen: rustig, beschut en prachtig tussen de rotsen en het groen.
Het voelde als een klein cadeautje onderweg, een plek die je niet plant, maar die je toevallig vindt en waar je ook nog welkom bent.

FJÄLLBACKA
Tegen de Kungsklyftan aan ligt de gastenhaven van Fjällbacka. In de Gästhamn zijn plekken met hekboeien, maar als wij er in augustus zijn ligt iedereen echter langszij de steiger. Dat doen wij dus ook, wel zo makkelijk. In het naseizoen biedt deze manier van aanleggen voldoende ruimte voor de passanten.
Het sanitair ligt aan de overkant van de straat. Het is er keurig schoon, de douche is warm en je kunt onbeperkt douchen. Wat een genot!
Vanuit de haven kijk je zo tegen de Kungsklyftan aan: een spectaculaire kloof midden in het dorp. De kloof ontstond door een aardbeving zo’n 250 miljoen jaar geleden, waarbij de berg Vetteberget in tweeën spleet. Officieel heet hij Ramneklovan, maar sinds Koning Oscar II in 1887 zijn naam in de rots kerfde – bij de noordelijke ingang – staat hij bekend als Kungsklyftan. De kloof werd ook gebruikt als filmlocatie voor Ronja de Roversdochter van Astrid Lindgren. De scène waarin Ronja door de ‘wolvenkloof’ rent is hier opgenomen.
De wandeling door de kloof begint bij de haven, vlak bij de buste van de Zweedse actrice Ingrid Bergman, die veel zomers in Fjällbacka doorbracht. Vanaf daar leiden houten trappen omhoog naar de kloof. Hij is ongeveer 200 meter lang en loopt kaarsrecht van noord naar zuid door de berg. Halverwege loop je onder vier enorme rotsblokken door die tijdens de ijstijd in de spleet zijn terechtgekomen en nu boven je hoofd vastgeklemd zitten.
Na de kloof klim je via trappen, touwen en ladders verder omhoog naar de top van Vetteberget, waar je een spectaculair uitzicht hebt over de archipel van Bohuslän. De route duurt ongeveer een uur en is goed te doen voor de gemiddelde wandelaar, al is stevig schoeisel wel aan te raden.
Fjällbacka is een oud vissersdorp met pastelgekleurde houten huizen en een kustlijn vol granieten rotsen. In de kleine straatjes hangt een ontspannen, bijna dorps ritme met een paar cafés, een bakkerij, wat winkeltjes en overal uitzicht op water en rotsen. Aan de kade liggen vissersbootjes en kleine veerboten die af en aan varen naar de omliggende eilanden, waardoor het dorp altijd een beetje in beweging is zonder druk te worden. Fjällbacka ligt letterlijk tegen Vetteberget aangeplakt, waardoor de kloof midden in het centrum begint. De combinatie van een pittoreske haven, steile rotsen en eilandjes maakt het een van de meest fotogenieke plaatsjes van de Zweedse westkust.

Als je niet persé in het centrum van Göteborg wilt liggen of als je – zoals wij – wat minder tijd hebt, dan is Långedrag een uitstekend alternatief. Het scheelt ongeveer een uur varen. Långedrag ligt aan de westkant van Göteborg en hoort officieel bij de stad, maar voelt als een eigen kustplaatsje. Aan de kade zie je vooral zeilers en houten villa’s en je hebt er uitzicht op de archipel. Vanaf de haven stap je zo op de tram 11 naar het centrum. Voor deze tram kun je via de app Västtrafik kaartjes kopen. De tram doet er ongeveer een half uur over om naar het centrum te rijden.
Göteborg is een maritieme stad met Nederlandse invloeden. De stadsplanners lieten zich namelijk inspireren door Amsterdam. De binnenstad heeft zelfs Nederlandse grachten. Verrassend dicht bij het centrum ligt het pretpark Liseberg, één van de populairste attracties van Scandinavië. Het park trekt jaarlijks meer dan drie miljoen bezoekers.
Göteborg is ook één van de groenste steden van Europa. De stad staat bekend om zijn enorme hoeveelheid parken en natuurgebieden. Zo is er Slottskogen, een gigantisch stadspark met een gratis dierentuin. Ook is er een Botanische Tuin, één van de grootste van Europa met wel 16.000 plantensoorten. Net buiten de stad ligt Delsjön, een natuurgebied waar je kunt wandelen, zwemmen en picknicken. Dat maakt Göteborg een plek waar natuur en stad naadloos in elkaar overlopen.

In Kungshamns Gästhamn vinden wij voldoende ruimte om een plekje te kiezen. In deze haven zijn wel vingerlingen, maar zonder steiger erop, dus afstappen is eigenlijk geen optie, behalve voor de waaghalzen en acrobaten onder ons. Wij stappen af via de punt, maar dat is behoorlijk hoog. Het opstapje moet tevoorschijn gehaald worden om zonder al te veel capriolen weer aan boord te klimmen.
Het sanitair is aan de overkant van de straat. We kunnen hier gratis gebruik maken van de wasmachines en drogers. Wat een luxe!
Kungshamn is de hoofdstad van de Zweedse visverwerking. De naam betekent letterlijk ‘Koningshaven’; Kung = koning Hamn = haven. De naam verwijst naar oude koninklijke visrechten in dit gebied. Hier staat de grote fabriek van Abba Seafood, bekend van haring, ansjovis en kaviaar in potjes en tubes. De geur van vis hangt er niet altijd, maar hoort wel echt bij het dorp. Visserij en verwerking horen hier echt bij. De kust rondom Kungshamn staat bekend om kreeft, garnalen en krab. In het seizoen vertrekken er vanuit de omgeving speciale kreeftsafari’s met lokale vissers.
Kungshamn ligt op het vasteland; ertegenover – op een eiland – ligt Smögen. De plaatsen zijn verbonden door de Smögenbron, een hoge brug met prachtig uitzicht over de archipel. Veel bezoekers zien Kungshamn als de rustige ‘achterkant’ van Smögen. Waar Smögen in de zomer soms uitpuilt van de bezoekers, is Kungshamn veel rustiger en gemoedelijker. Veel zeilers vinden het daardoor een prettige uitvalsbasis: wel de sfeer van Bohuslän, maar niet de drukte.
Het oude centrum heet Tången. Dit is het oudste deel van Kungshamn, met smalle straatjes, houten huizen en kleine vissershutten. Het ligt iets ten zuiden van de haven en heeft nog de sfeer van een traditioneel vissersdorp.
Rondom Kungshamn liggen meerdere gladde granieten rotsen waar je zo op kunt klimmen. Vanaf plekken als Kleven heb je een fantastisch uitzicht over de scheren en de Smögenbrug.

In de verte doemt Marstrand op. Het laatste stuk liggen we te stampen in de wind. Boven op de heuvel zien we een grauwe burcht liggen. Het lijkt niet het bezoeken waard, maar onder een blauwe hemel ziet het er ineens heel anders uit. De imposante Carlstens Fästning torent hoog boven Marstrandsön uit en is het herkenningspunt van het eiland. De bouw begon in 1658 en duurde ruim 200 jaar. Veel van het zware werk werd gedaan door gevangenen uit heel Zweden. De vesting werd overigens niet alleen gebouwd door gevangenen, maar hij diende zelf ook als gevangenis. Een bezoek aan Carlstens Fästning en het omliggende parkachtige natuurgebied is meer dan de moeite waard.
Marstrand staat bekend om zijn ruige granieten rotsen, open zeezicht en wandelpaden die je langs spectaculaire uitzichten leiden. Marstrand wordt ook vaak de zeilhoofdstad van Zweden genoemd. In de zomer wordt hier de prestigieuze Match Cup Sweden georganiseerd, een internationale zeilwedstrijd die duizenden bezoekers trekt. Naast de Match Cup Sweden worden er jaarlijks meerdere grote zeilevenementen georganiseerd, waaronder de Marstrand Regatta. Het eiland is een vaste plek op de internationale zeilkalender.
Hoewel Marstrand maar zo’n 1300 inwoners heeft, wordt het historisch nog steeds een stad genoemd omdat het al sinds de middeleeuwen stadsrechten heeft. De stad beleefde in de 18e eeuw een enorme bloei door de haringvisserij. Toen die instortte, verschoof de economie naar steengroeves. Tegenwoordig is het vooral een toeristische bestemming voor zeilers en wandelaars. In de zomer zwelt het aantal bezoekers enorm aan, maar buiten het hoogseizoen is het een verrassend rustige plek.
Marstrand ligt verdeeld over twee eilanden: Koön (waar je met de auto komt) en Marstrandsön (autovrij). Met een overtocht van slechts vijf minuten ben je aan de andere kant. De straatjes op Marstrandsön zijn geplaveid met kinderkopjes en omringd door witte en gekleurde houten huizen. Je vindt er kleine boetiekjes, kunstwinkels en cafés, allemaal in die typisch maritieme Zweedse sfeer. Het autovrije karakter maakt van het eiland een heerlijk rustige omgeving.
Op Marstrandsön ligt ook de haven waar wij lagen met onze boot. Je vindt hier goede ligplaatsen met vingerlingen tussen de plekken. Water en elektra is volop aanwezig. Het sanitair bestaat uit gemeenschappelijke doucheruimtes met douchegordijn of aparte doucheruimtes buiten. Je krijgt een lekkere hete douche zonder tijdslimieten, dat is pas vakantie!

STRÖMSTAD
Na een tocht van 12 uur vanuit Noorwegen varen wij de Gästhamn van Strömstad binnen. Van bovenaf oogt de haven als een vierkante kom, waardoor je hem gemakkelijk herkent. Bij binnenvaren zien we aan de rechterzijde plekken met groene en rode lampjes die aangeven of een ligplaats vrij is. Aan de andere kant zijn privéplaatsen. Nog wat verder de haven in zien we nog een aantal steigers met groene en rode lampjes. Hier zoeken we een mooi plekje dicht bij de stad. Ook hier in Strömstad is het erg rustig.
Via een toegangscode krijg je toegang tot de sanitaire ruimte. Gebruik van de faciliteiten is inclusief. Je loopt een soort kelderruimte binnen. Binnen voelt het een beetje als de kleedruimte van een zwembad: open douches, geen hokjes. Hoe meer douches tegelijk aanstaan, hoe kouder het water wordt. Niet teveel douches tegelijk aanzetten dus, anders wordt het snel fris.
In de buurt van de haven lopen wij het restaurantje Selmas Hörna binnen. Het is er stil - zoals overal - maar we worden van harte welkom geheten en we eten er heerlijk. Het past bij Strömstad: rustig, vriendelijk en zonder opsmuk.
In Strömstad heb je natuur op loopafstand. Op bovenstaande kaart zie je bijvoorbeeld het Nötholmens Naturreservat gelegen op het eiland linksboven. Hier hebben wij werkelijk prachtig gewandeld over rotsen en langs heide. Vanaf de haven loop je via het stadje in noordelijke richting. Met een pontje kun je naar de overkant. Het wijst zich vanzelf. Het is echt een aanrader.
Strömstad zelf is een compact kuststadje met een mix van houten huizen, kleine winkels en cafés. Het is klein maar verzorgd, met rustige straatjes. Je wandelt er zo doorheen. Het centrum ligt direct achter de haven en heeft een ontspannen sfeer, met net iets meer levendigheid dan de kleine Noorse plaatsjes. In de zomer varen er voortdurend pontjes en veerboten af en aan, wat het stadje een bijna eilandachtige dynamiek geeft.
De stad is ook een uitvalsbasis voor de Koster‑eilanden, één van de grootste trekpleisters in de regio. Volgens meerdere reisbronnen is Kosterhavets Nationalpark de belangrijkste bezienswaardigheid van Strömstad, met prachtige wandelroutes, stranden en een uniek kustlandschap. De eilanden staan bekend om hun rustige stranden, wandelpaden over rotsen en het heldere water dat typisch is voor dit deel van Zweden.
Net buiten het centrum ligt een groot winkelcentrum - het Nordby Shoppingcenter - dat populair is bij reizigers die de grens oversteken voor boodschappen. Dat merk je aan de mix van bezoekers: locals, toeristen en veel Noren die even ‘de grens over’ komen. Het contrast met het rustige stadje zelf is groot, maar juist daardoor is het een handige plek om boodschappen te doen.
Mocht je trouwens nog vervoer nodig hebben voor opstappers dan is Strömstad een uitstekende uitvalsbasis – naar het schijnt zelfs één van de beste plaatsen in de regio. Vlakbij de haven vertrekt namelijk de trein naar Göteborg.